Boordladerproblemen leggen duizenden elektrische auto's stil

Tienduizenden eigenaren van elektrische auto’s van Peugeot, Opel en Citroën worden al jaren geconfronteerd met een ernstig probleem: hun auto’s laden niet meer op. De boosdoener is de boordlader, een cruciaal onderdeel dat wisselstroom omzet naar gelijkstroom, zodat de batterij kan worden opgeladen. Zonder werkende boordlader zijn de meeste laadpalen nutteloos, en komt de auto geen meter vooruit.
Het probleem speelt al sinds 2019 en treft in Nederland naar schatting 33.000 voertuigen, waaronder populaire modellen zoals de Peugeot e-208, Opel Corsa-e en Citroën ë-C4. De boordladers werden geleverd door het Duitse bedrijf Mahle, dat inmiddels drie verschillende versies heeft uitgebracht. Toch blijven dezelfde klachten terugkomen, zelfs bij auto's waarvan de boordlader al vervangen is. Voor veel gedupeerden is dit extra zuur, want een nieuwe boordlader kost hen vaak tussen de 1.000 en 2.000 euro.
Slechte service en lange wachttijden
Hoewel autofabrikant Stellantis inmiddels is overgestapt op een andere leverancier, blijft het probleem voortduren. Eigenaren melden dat ze bij hun dealers tegen een muur oplopen: wachttijden voor diagnose en reparatie zijn lang, en klantenserviceafdelingen zijn slecht bereikbaar. In sommige gevallen moeten autobezitters zelf opdraaien voor de kosten van vervanging, omdat de garantietermijn is verstreken.
Op forums en in consumentenprogramma’s als Radar uiten gedupeerden hun frustratie. Een eigenaar van een Peugeot e-208 schrijft bijvoorbeeld dat zijn auto niet meer via reguliere laadpalen werkt en dat de garage hem pas over een maand wil helpen. Daarna moet hij nóg eens weken wachten op een vervangend onderdeel. “Ik was tevreden over mijn auto, maar de service van Peugeot is dramatisch,” schrijft hij.
Toyota, die vergelijkbare boordladers gebruikt in enkele bedrijfswagens, lijkt het probleem beter aan te pakken. Klanten melden dat hun auto’s vaak binnen twee weken gerepareerd worden. Dit staat in schril contrast met de aanpak van Stellantis, dat ondanks de omvang van het probleem geen terugroepactie heeft georganiseerd. Volgens de fabrikant is dat niet nodig, omdat het defect geen direct veiligheidsrisico vormt.
Een structureel probleem zonder duidelijke oplossing
Ondertussen blijft de vraag: hoe lang blijven klanten hiermee zitten? Hoewel Stellantis inmiddels de garantie op de boordlader heeft verlengd van twee naar vier jaar, is dat voor veel eigenaren een schrale troost. Vooral omdat er nog geen garantie is dat de nieuwe boordladers wél probleemloos functioneren. Software-updates moeten het probleem deels verhelpen, maar of dit voldoende is, blijft onduidelijk.
Voor gedupeerden zit er weinig anders op dan te wachten, extra te betalen voor snelladen of – in het slechtste geval – hun auto in te ruilen. En dat is precies het soort frustratie dat het vertrouwen in elektrisch rijden ondermijnt.
Bron: AD